Startpagina
Beemster allerlei
Geschiedenis
Vogelvlucht
Ringdijkwandeling
Wandelroutes
Beemster in kaart
 

 

De Beemster, uit zeeschuim geboren...
door Ank Pronk-Buurman

Wie vanaf de dijk de weidsheid van de Beemster Polder overziet, kan de woorden van de dichter Vondel onderschrijven: ick weet dat dees Godin uit zeeschuim is geboren.'

De rijke Amsterdamse handelslieden en gezagshebbers, onder wie de zeer bekwame Dirck van Oss, wisten wel wat ze deden met hun in 1607 genomen besluit tot droogmaking van het de oeverlanden bedreigende Beemstermeer. Immers, het bewijs van de vruchtbare grond onder de golven was al geleverd door gewonnen slib en geld was er in overvloed; mede dankzij de rijkdom die de VOC had gebracht. Ondernemingslust en technische kennis vormden vervolgens de pijlers waarop de in 1612 tot stand gekomen droogmakerij de Beemster rustte.

De Rijper meestermolenaar J.A. Leeghwater, die zich ontplooide tot een ware waterbouwkundige, leidde dit grootse project dat een technisch hoogstandje mag heten. Vergelijkbaar met de eeuwen nadien verwezenlijkte droogmaking van het Haarlemmermeer (1852) en de Zuiderzeewerken (1932). Na veel tegenslagen stonden de bedijkers van het ongeveer 7.200 hectaren grote Beemstermeer op 19 mei 1612 aan de wieg van de nieuwe polder: de Beemster. De verkaveling kon een aanvang nemen.

Dat geschiedde met een visie die tot op heden de agrariër van nut is. Op de symmetrisch ingedeelde kavels van de landerijen is het door de eeuwen heen goed boeren geweest. De piramidevormige stolpen geven het landschap een statige schoonheid. Daar woonden mens en dier onder één dak.

De bedijkers lieten hun nageslacht een erfgoed na, dat in 1999 door de Unesco zelfs een Werelderfgoed waard werd geacht.

In 1613 zag de Beemster geel van het koolzaad, tarwe, gerst en haver. Al spoedig echter bleek, in tegenstelling tot eerdere verwachting, dat de bodem voor het grootste gedeelte geschikt was voor de veehouderij.

De diversiteit aan teelten groeide met de jaren en gaf de polder het zo streekeigen, boeiende aanzien. Inspelend op maatschappelijke ontwikkelingen heeft vooral de agrarische stand de landelijke schoonheid van de Beemster bepaald.

Bloembollenvelden, weilanden met koeien, schapen en paarden, fruitbomen, worden afgewisseld door akkers met aardappelen en suikerbieten, ja zelfs wijnbouw.

In de kassen met name in de Zuidoosthoek, groeien, bloeien en geuren aardbeien, lelies, alstroemeria's en irissen. Producten die hun weg vinden naar ver buiten onze grenzen. Zo ver behoeft de bezoeker van de Beemster niet te reizen.

Hij kan op veel plaatsen, vers van het land of rechtstreeks uit de kas, met een tastbare en smakelijke herinnering van Beemsterland huiswaarts keren.

Omhoog