Startpagina
Beemster allerlei
Geschiedenis
Vogelvlucht
Ringdijkwandeling
Wandelroutes
Beemster in kaart
 

 

Het huisje van Neeltje Pauw een bezoekje waard!

Wie in de Beemster over de Westdijk ongeveer ter hoogte van de Schermerhornerweg wandelt of fietst, moet eens kijken naar het onder in de dijk gelegen huisje op nr. 8. Naast zijn imposante buurman, boerderij 'De Ark van Noach', ligt het woninkje geheel weggedoken in het groen.

Als hier de vlag uithangt, dan is de eigenaar van dit perceel, Johan van der Hoek, thuis. Hij zal u gaarne de woning laten zien waar zijn schoonmoeder, Neeltje Pauw, haar hele lange leven heeft gewoond. Na haar overlijden in 1985 besloot de familie het in zijn oorspronkelijke staat te houden. Het is nu een schattig klein museum waar de sfeer van de vorige eeuwwisseling nog volop aanwezig is gebleven.

Het huis werd in 1880 gebouwd als rentenierswoning. Negen jaar later vestigden zich hier Jan Pauw en Aaltje Molenaar. In het gezin werden vijf kinderen geboren, waarvan dochter Neeltje in 1897. Zij trouwdet niet en bleef bij haar ouders wonen. Ze verdiende de kost met het maken en verstellen van kleding. Te voet ging ze naar haar klanten in de omgeving, waar ze haar werk ophaalde. Fietsen heeft ze nooit geleerd. Kort na de dood van haar moeder in 1937, Neeltje is dan dus al 41 jaar oud, trouwde ze met Gerrit Hartog en tot grote vreugde van het paar kwam er toch nog een baby: Jannie.

Al heette Neeltje dan nu mevrouw Hartog, niemand noemde haar zo. Ze bleef voor iedereen Neeltje Pauw en zo wordt haar huisje ook nu nog steeds genoemd.

Het huis zelf veranderde weinig in de loop der jaren. In 1929 werd wel een gasbron aangeboord en vanaf die tijd kon de olielamp worden opgeborgen. Brongas zorgde niet alleen voor de verlichting; er kon ook op gekookt worden. Na WO II werd het huis aangesloten op het waterleidingnet en er kwam electriciteit.

Aan het interieur veranderde echter maar heel weinig. De bedsteden en 'het huisje bij de sloot' bleven dienst doen, maar toen de plee in de 60er jaren omwaaide en de gemeente geen toestemming gaf tot herbouw, werd een bedstee opgeofferd voor meer sanitair gemak; in 1998 bleken fundament en buitenmuren in zo slechte staat, dat een renovatie hiervan dringend nodig was.

Nu, in 2003, is de regenwaterbak echter nog aanwezig en functioneel. Regenwater van de achterzijde van het dak wordt hierin verzameld. De waterkelder met zijn ronde bovenkant tekent zich duidelijk af in de oude plavuizen vloer. De vloer is er wat gewelfd en hoger omdat het huis in de loop der jaren is gezakt en de kelder niet. In dit vertrek staat ook nog het oude fornuis, dat tot de komst van het brongas dienst heeft gedaan. De verf op de wanden en het dakbeschot, waarschijnlijk de kleur 'ossenbloed-rood', dateert van 1880, het jaar waarin het huis werd gebouwd.

Het huis had aanvankelijk geen keuken. Afwassen deed men gewoon aan de eettafel en pannen werden schoongeboend op het stoepje bij de sloot. Het vertrek, waar zich nu de keuken bevindt, was voor 1910 een stal waar twee koeien stonden. Toen de koeien buiten gehuisvest werden betekende dat minder vocht en schimmelvorming en dus meer woongenot. Immers, achter de houten wand was een bedstee en een kast. De linkerstal werd een primitieve kelder. Het aanrecht verschijnt als er waterleiding wordt aangelegd. Daarop komen drie brongaskomfoortjes. Door atmosferische omstandigheden kwam het echter voor dat de bron te weinig gas leverde en werden twee petroleumstellen in ere gehouden.

De woonkamer werd in 1910 ook voor het laatst geschilder in een onduidelijke kleur groen. Dat er flink rokende generaties in dit vertrek hebben gezeten, is nog te ruiken. De teerachtige geur die hier hangt is echter voornamelijk afkomstig is uit de ruime schoorsteen, waar zich in de loop der jaren veel koolteer uit de rook van de kolenkachel heeft afgezet. Door de twee kleine ramen valt te weinig licht om de schemer helemaal uit de kamer te verdrijven. Het is er knus met de oude stoelen, het theeblad met kopjes op de tafel en de vele foto's aan de wand, de oude stoelen en de prachtige brongaslamp. De openstaande kast toont de verzameling tabaks- en sigarettenblikjes van Jan Pauw en Gerrit Hartog.

De andere kamer was eertijds het naaiatelier van Neeltje Pauw. Ze naaide er japonnen en mantels voor mensen uit de wijde omgeving. De grijze verf van de bedstee, waarin tot de jaren 60 nog werd geslapen, is hoogstwaarschijnlijk de oorspronkelijke laag uit 1880.

zie ook: http://home.hetnet.nl/~hoekje