
R.K.
Kerk St. Joannes de Dooper in Westbeemster
Katholicisme
in de Beemster
Reeds bij de plannen voor de droogmaking toonde het kapittel van kanunniken
grote belangstelling voor de Beemster. Een van hun taken was namelijk
er voor te zorgen dat overal in Noord Holland priesters kwamen. Sommige
van deze kanunniken waren goed bemiddelde heren, die wel geld wilden
steken in de droogmaking.
De Haarlemse kanunnik Ban adviseerde dat een eigen priester voor de Beemster
niet haalbaar was en dat "Bamestra" in vier "staties" (wijken)
verdeeld moest worden: de mensen moesten dan maar in de omliggende dorpen
naar de kerk gaan. Maar de Beemster boeren waren het met die adviezen
helemaal niet eens. Ze zochten zelf een eenvoudige priester, die de zielzorg
wilde uitoefenen: Piet Mathijsz. Deze werd in oktober 1631 de eerste
priester van de Beemster.
De
uitoefening van de eredienst
Piet Mathijsz had geen vaste standplaats. Hij trok van de ene plaats
in de polder naar de andere.
Anders verging het pater Th.Verwijnen, die in 1636 naar de Beemster kwam.
Hij kreeg onderdak bij de grootste groep katholieken die aan de Jisperweg
woonde. Er werd zelfs een boerderij voor hem leeggehaald. Het voorste
gedeelte diende als woonruimte en het bedrijfsgedeelte werd als kerk
ingericht.
Zo kreeg Beemster zijn eigen katholieke "schuilkerken". De
eerste was de boerderij "Elck zijn tijd" aan de Volgerweg 16.
Ook Café restaurant De Kerkhaen" naast de huidige Rooms Katholieke
Kerk aan de Jisperweg is een schuilkerk geweest.
De
bouw van de huidige parochiekerk
Omdat aan de Jisperweg de meeste katholieken woonden, moest de schuilkerk
daar regelmatig aangepast
en verbouwd worden. Een plan om aan de Jisperweg een nieuwe kerk te
bouwen, stuitte echter op veel weerstand van de "Purmerender hoek" omdat
die nieuwe kerk aan de Jisperweg 3 uur lopen vanaf Zuidoostbeemster betekende.
De plannen voor de bouw van de nieuwe kerk in Westbeemster werden echter
doorgezet: in 1878 werd de bouw er van aangenomen door de fa. Schouten
uit Nibbixwoud. Vanaf die tijd was de katholieke Beemster niet langer één
en onverdeeld.
Enige
vermeldenswaardige data
. In 1731 maakte de eerste kapelaan, Pieter Fox zijn opwachting en in 1752 werd
de schuilkerk, de huidige "Kerkhaen" als kerkgebouw ingezegend. De
kerk had als patroon St. Joannes de Doper. In oktober 1781 wordt het orgel geplaatst.
In 1804 werd de burgerlijke gemeente ingesteld.
. Nadat in 1850 de eerste wegen in de Beemster zijn verhard, wordt in 1855 de
Katholieke Statie opgeheven. Voor het eerst is er dan sprake van de parochie
Beemster met als kerk St. Jóannes de Doper.
Op 9 november 1877 wordt het huidige kerkgebouw aanbesteed voor fl 85.899.
In 1878 wordt de eerste steen gelegd en op 29 oktober 1879 is de kerk
klaar.
Over de oorlogsjaren 1940-1945 valt te melden dat op last van pastoor
van Leipsig op het feest van Maria Boodschap de klokken uit de toren
gehaald werden. De vrees bestond dat, wanneer de bezetter dit zou gaan
doen, grote vernielingen zouden worden aangericht.
Op 26 juni 1943 stortte in de onmiddellijke nabijheid van de kerk een
vliegtuig neer. Als gevolg daarvan sneuvelden alle kerkramen aan de noordkant.
Toen de oorlog voorbij was, werden in 1949 de klokken weer in de toren
gehangen
In 1950 kwamen er andere gebrandschilderde ramen.
Bezienswaardigheden
in de kerk
Bij de entree van de kerk via het portaal zijn twee gedenkstenen: de
kleinste, boven de grote kerkdeuren, is een eerbetoon aan de 'stichters
van deze kerk; de tweede aan de rechterkant herinnert aan de gevallenen
uit de Tweede Wereldoorlog. In de kerk valt het prachtige altaar op.
Vroeger werd het geflankeerd door twee prachtige z(i altaren, de één
toegewijd aan de H.Józef en de andere aan de H.Maria. De zij altaren
zijn "terug van weggeweest". In de jaren 60, na het tweede
Vaticaans concilie, moesten ze wijken. De fraaie preekstoel is nadrukkelijk
aanwezig; deze stamt uit 1950. De oude preekstoel stond bij de eerste
pilaar maar Pastoor van Leipsig hield er niet van om met zijn rug naar
de mensen te staan. Daarom werd de nieuwe preekstoel aangeschaft. De
beelden van de vier evangelisten herinneren nu nog aan de oude preekstoel.
Het
orgel
Achter in de kerk is het prachtige orgel, één van de nog
slechts vier van deze soort in Nederland. Het werd rond 1890 door orgelmaker
Fransen uit Horst in Limburg gebouwd en is iets moderner dan gelijke
orgels in Boskoop en Bodegraven. Een "Barkermachine" zorgt
voor de bediening van de pedaalregisters. Ook is er een stel combinatietreden
voor de koppelingen en voor het in en uitschakelen van de sterke stemmen
van het hoofdwerk. De kast van het orgel is een fraai voorbeeld van neogotische
stijl. Het is zelfs niet uitgesloten, dat de architect van de kerk ook
de orgelkast heeft ontworpen. Wat verder nog opvalt is de indrukwekkende
windvoorziening. Het orgel is op de lijst van monumentale instrumenten
geplaatst en bij het eeuwfeest van de kerk in 1979 weer in zijn oude
luister hersteld. In het orgelbestand van Noord Holland neemt dit orgel
een geheel eigen plaats in.
De
gebrandschilderde ramen.
In de kerk ziet men twee soorten ramen. Aan de zuidkant de originele
ramen, die geplaatst werden bij de bouw van de kerk in 1878-1879. Aan
de noordkant ramen, die werden geplaatst door de firma Van Straaten.
Op het feest van Joannes de Doper werden de ramen door een ontploffende
motor van een neergestorte bommenwerper vernield. Door de moeilijke omstandigheden
van na de oorlog konden de ramen pas op 1 april 1947 weer geplaatst worden.
Een gedeelte van de fraaie communiebank, die vroeger het priesterkoor
scheidde van de gelovigen in de kerk maakt nu deel uit van de altaartafel,
die voor het bestaande altaar is geplaatst.
Voor in de kerk aan beide zijkanten vindt men de biechtstoelen. In één
daarvan bevindt zich het zogenaamde. "zustersdeurtje". De zusters
Franciscanessen, die tot 1978 in West Beemster in het klooster bij de
R.K. school woonden, konden zo binnendoor in de kerk komen over het "zusters
bruggetje.
Omhoog |