
Het Beemster
Arboretum is gelegen op een verstild plekje aan de
Nekkerweg 67a in Zuidoostbeemster. Het is interessant
voor liefhebbers van alles wat groeit
en bloeit en in het bijzonder geïnteresseerd zijn in
bomen en struiken.
Het arboretum is bovendien vrij
toegankelijk. Het Arboretum is het domein
van ir. Hans Völlmar, die grote kennis bezit over
duizenden soorten bomen en struiken. Jaren geleden
is hij met de aanleg van het Arboretum begonnen en
nog steeds wordt dit met nieuw aangekochte aangrenzende
stukken grond uitgebreid.
Systematisch
gedeelte
Het
Arboretum bestaat uit twee delen. In
het 2 hectares metende gedeelte zijn de soorten
per botanisch geslacht bijeen
geplant (rond 1.400 boomsoorten en (cultuur)variëteiten.
Hier ziet men vele vormen van bomen en struiken
in een overzichtelijke vorm, waarbij de nadruk
wordt gelegd op de geslachten.Deze soorten gedijen
op de hier aanwezige voedzame kleigrond (veel
kalk en kali). Van die geslachten werden dan
ook zoveel mogelijk soorten en variëteiten bijeengebracht.
Enkele daarvan zijn: Abies - zilverden (24),
Aesculus - kastanje (32) of Betula - berk (33). Verder
vele variëiten van hazelaars, kardinaalshoed,
es, valse christusdoorn, noot, venijnboom, linde
of viburnum. Van een aantal andere geslachten
zijn wel redelijk veel soorten en variëteiten
aanwezig, maar beloopt het aantal taxa geen groot
getal. Zulke geslachten zijn bijvoorbeeld Carya,
Hydrangea en Zelkova. Toch zijn daarbij zeldzame
soorten, waarmee in Nederland nog vrijwel geen
ervaring is opgedaan.
Geografisch gedeelte
Dit
gedeelte, 3.5
hectare groot, is ingericht op geografische grondslag.
De bomen zijn gegroepeerd per
continent of continentsdeel. Veel soorten staan
in groepen van dezelfde soort, zodat men eigenlijk
hele bostypen ziet. De aanplant, die dateert
van 1992, is dus vrij recent.Ten opzichte van
het systematische deel is hier dus sprake van
een heel andere opzet. De doelstelling is te
laten zien hoe bomen en struiken in bosverband
voorkomen en welke betekenis de diverse boomsoorten
kunnen hebben voor de bosbouw in Nederland. Nu
in toenemende mate landbouwgronden aan de landbouw
zullen worden onttrokken is het de vraag hoe
deze gronden zo goed mogelijk kunnen worden benut.
Tot nu toe is erg weinig bekend over de mogelijkheden
om goed groeiende bomen op zulke rijkere gronden
te gebruiken. Het streven is er op gericht om
d e vraag naar tropisch hardhout om te buigen,
waarbij in ons eigen land meer hout ter vervanging
geproduceerd kan worden.
Er bestaat echter nog
weinig inzicht in de waarde van vele uitheemse
soorten. De bekende eiken, beuken en berken,
alle goede boomsoorten die hun eigen plaats verdienen,
liggen voor de hand, maar daar houden
de mogelijkheden echter niet op.
Er
zijn verschillende andere eiken- en beukensoorten,
die vaak sneller groeien en ook goed hout opleveren.
Te noemen zijn onder meer de Quercus cerris of bij
de beuken Fagus orientalis. Maar ook de Juglandaceae
doen het op de zware grond zeer goed.
Er zijn ook
soorten waaraan tot nu toe nauwelijks of niet is
gedacht, zoals. Cryptomeria Japonica, Metasequoia
of Pinus nigra en (tot ontsteltenis van veel bosbouwers)
prunus serotina. Dit blijken allemaal goede groeiers
op zware grond te zijn en potentiële leveranciers
van hout van goede kwaliteit.
Hoewel de leeftijd
van het geografische deel van het Beemster Arboretum
dus nog betrekkelijk jong is, kan de groeisnelheid
van vele houtsoorten toch reeds worden beoordeeld.
Die blijkt dankzij de rijke kleigrond soms spectaculair
maar opde lange duur zal moeten blijken of die houtsoorten
ook goed blijven groeien en bestand zullen zijn tegen
ziekten of andere stoornissen.
Struiken
Ook
vele soorten struiken, zoals Ligustrum, Syringa en
Taxus werden geplant, zodat een gevariëerd bosbeeld
zal ontstaan.Omdat registratie
van botanische collecties een algemeen probleem vormt,
wordt in het Arboretum geëxperimenteerd
met labels en naamplaatjes van verschillende materialen
en uitvoeringen.
Ze zijn op onderlinge afstand van
tenminste twee meter geplant en zo is het mogelijk
gras en onkruiden kort te houden met een zitmaaier.
Dit maakt het onderhoud relatief goedkoop. Zou
niet worden gemaaid, dan zou een enorme overlast
ontstaan van planten als wilgenroosje, zuring,
brandnetel, braam- en vlierstruiken, maar ook
van bomen als essen, elzen en eiken, die spontaan
zouden opkomen. Het kort houden van het gras
heeft tevens het effect, dat er weinig wortelconcurrentie
is voor de bomen en struiken.
Kastanjes
Hoewel
Völlmar natuurlijk meerdere duizenden soorten
bomen en struiken in zijn Arboretum heeft staan,
is zijn trots de grote collectie kastanjebomen, die
hij uit het hele Noordelijke halfrond heeft bijeengebracht.
Als ze bloeien geven de 'kaarsen' aan het park een
sprookjesachtige aanblik. Völlmar is bedroefd
over het feit dat mensen, die graag een kastanjeboom
in de tuin willen hebben, zich bij de aankoop daarvan
zo gauw vergissen in de uiteindelijke afmeting die
de boom krijgt. Bij een tuincentrumzijn overhet
algemeen de gewone,dus torenhoge, soorten verkrijgbaar.
Na enige jaren zijn deze te groot voor de tuin en
nemen ze al het licht in het huis weg, met alsgevolg:
kappen!Dat
is dan toch wel erg jammer. Toch zijn er soorten,
die niet zo groot worden, maar evengoed heel mooi
zijn.
Voorlichting
en cursussen
Op
aanvraag worden rondleidingen voor groepen gehouden.
In het ontvangstcentrum kunnen bovendien
voordrachten worden gehouden. De toegang tot het
arboretum is gratis. Voor de rondleiding wordt
een bedrag in rekening gebracht. Voor mensen die
voor een keuze staan van bomen en struiken bestaat
de mogelijkheid aanbeveling te vragen voor de eigen
situatie. Een pronkjuweel is de
prunus Yedoensi die midden op de open plek in het
vroege voorjaar zijn bruidskleed laat bewonderen.
Beemster Arboretum
Nekkerweg 67a
Zuidoostbeemster.
De heer Völlmar is bereikbaar onder nr. 0299-660536
|